Schrijven kun je leren, dat is alvast géén geheim. Alleen zijn de schrijfscholen minder dun bezaaid dan de tekenscholen of muziekscholen. De meeste aspirant-schrijvers blijven dan ook autodidacten, met een abonnement op Schrijven Online en met een paar handboeken in de kast, zoals ‘Het geheim van de schrijver’ van Renate Dorrestein.

Als je verwacht om klaargestoomd te worden voor jouw meesterwerk, zal dit boek je maar weinig kunnen helpen. Dorrestein houdt het 95% van de tijd basic. Bij de besprekingen van perspectief, vorm, structuur en compositie, blijven haar voorbeelden teleurstellend eenvoudig en soms zelfs cliché. Zo zegt ze over stijl: “Dat effect wordt bereikt door elk woord zo specifiek mogelijk te kiezen en ook zo beeldend als het maar ken. Niet: ‘De boom had lange takken’, maar: ‘De oude eik strekte zijn takken uit naar de hemel.’” Dear me.

Maar brengt dit boek dan überhaupt iéts bij? Ja. Al is het maar dat je je eigen ideeën beter kunt aflijnen door ze af te toetsen aan die van Dorrestein. Bovendien jaagt ze er zoveel thema’s doorheen, dat er voor iedereen wel wat te rapen valt. Zo vonden de volgende puzzelstukjes hun weg naar mijn notitieboekje:

1. Vlotte overgangen

“Goed schrijven bestaat uit het vermogen tot het maken van geruisloze en functionele overgangen.” Hier vestigt Dorrestein de aandacht op een onderschat aspect van het schrijven: hoe breng je een personage van de ene kamer naar de andere? Hoe creëer je een natuurlijke tijdssprong? In deze context geeft ze het mooiste voorbeeld uit het boek: “De kersverse Chinese winkelier Fong […] ‘leaned against the counter, took a deep breath, sighed, and four years passed.’”

2. Verontrusten

“Het is mijn overtuiging dat literatuur verontrustend moet zijn, en in feite niet anders kan dan verontrusten.” Ik denk dat ik het hier met Dorrestein eens ben.

3. Mislukken mag

Alle aspirant-schrijvers kennen het cliché ondertussen: ‘er is geen geheim. Er zijn geen regels’. Het geheim uit de titel heeft dan ook meer betrekking op de inkijk die Renate ons biedt in haar eigen leven als schrijfster. Het boek houdt dan ook netjes het midden tussen een literaire autobiografie en een manual. Renate geeft geen succesrecept, maar vertelt openhartig over de problemen waarop zij als schrijver botst, en hoe ze die al dan niet heeft kunnen oplossen. Met een strenge snoeischaar, een ander perspectief of desnoods, een papierversnipperaar. Deze stukken maken het boek niet alleen heerlijk eerlijk, maar ook, ondanks de lege tips, de moeite van het lezen waard.