Er zijn zo van die boeken die je niet kunt vatten in termen als ‘mooi’ of ‘niet mooi’. De welwillenden is daar één van, maar het geldt ook voor ‘Kaddisj voor een kut’ van Dimitri Verhulst.

‘Kaddisj voor een kut’ gaat over instellingskinderen. Het is een boek waarin Dimitri Verhulst komaf maakt met zijn verleden en op een cynische toon de impact van een jeugdinstelling laat zien.

‘Het gaat om kinderen, mevrouw, om mensen, niet om flessen melk die de melkman op de deurstoep zet.’
Mooi betoog, bravo, jullie waren geen flessen melk. Katelijn had het bijna zelf geloofd.

Het eerste deel gaat over Gianna, ‘de kut’ uit de titel, die zelfmoord pleegt op jonge leeftijd. Het tweede deel is zo mogelijk nog ruwer en gaat over een koppel dat hun twee jonge kinderen doodt.

kaddisj voor een kutTerwijl je bij de vorige boeken van Dimitri Verhulst nog smakelijk kon lachen, kreeg elk ‘mopje’ hier een wrange bijsmaak. In het tweede deel ging dat wrange gevoel zelfs nooit weg. ‘De aankomst in de bleke morgen’ was op zo’n luchtige toon geschreven, dat de inhoud zelf alleen maar verschrikkelijker werd. Neem nu deze scène waarin Sarah “met haar dikke reet” op het gezichtje van haar baby gaat zitten om het te versmachten en een scheet moet laten.

Sarah: Ik kon geen scheten laten in dat kind haar gezicht. Gewoon, ik kon dat niet. Je doet dat niet, vind ik. Er zijn grenzen.

Stefaan: Je hoefde nochtans niet bang te zijn dat ze het verder zou vertellen. Kon je die scheet niet afknijpen?  

De dialogen van dit koppel stootten me zo hard tegen de borst dat ik het boek wou wegleggen. Door deze afstandelijke toon overstijgt ‘Kaddisj voor een kut’ alle andere gruwelijke boeken die ik ooit las, waaronder zelfs ‘American Psycho’.

Het cynisme dat je telkens weer keihard in het gezicht slaat, maakt het je bijna onmogelijk om het boek graag te lezen. Vandaar dat ene luttele sterretje op Goodreads. Onterecht eigenlijk. Want dit boek had niet op een andere manier geschreven mogen worden.