Hij had een felgroene jas aan en keek nieuwsgierig de volle cinemazaal rond. Hij kwam rustig over en had een haast familiale houding, alsof hij ieder van ons kende en we gewoon een babbeltje zouden slaan. Na de presentatie van zijn nieuwste film dan welteverstaan.

Philippe Claudel vind ik een bewonderenswaardige man. Hij is schrijver en regisseur en volgens zijn wikipediapagina ook nog eens professor aan de universiteit van Nancy. Maar toch was aan alles te zien dat hij met zijn beide voeten stevig op de grond blijft.

Avant l’hiver

Avant l’hiver is de nieuwste film van Philippe Claudel. ‘Voor de winter’, dat is natuurlijk de herfst. En de film was dan ook bijzonder herfstig: er was regen, er was mist, er was melancholie en eenzaamheid.
De herfst staat ook voor een periode in een mensenleven. Het hoofdpersonage is een neurochirurg die zijn vijftigste verjaardag al even achter zich heeft. Wanneer hij op verlof wordt gestuurd, beseft hij voor het eerst bewust dat hij tot nu toe voortdurend ‘geleefd werd’.

avant l'hiver

Ik vond de film prachtig. En dan vooral de decors. En de eenzaamheid die hij daarin wist te leggen. Dat wou ik hem graag zeggen toen we achteraf de kans kregen om een boek te laten signeren. Ik wou zeggen:

“Ik vond de manier waarop u de eenzaamheid toonde echt extraordinaire. Het viel me wel op dat elk personage eenzaam is, behalve de peuter. Dat is toch een pessimistische visie?”

Wat ik echt zei was:

“Bonjour, nous avons aimé votre film. Mon nom, c’est Lise.”

De eeuwige strijd: het boek of de film

En die strijd heeft Claudel beslecht. Uit de zaal kwam de vraag: “Kon Avant l’hiver ook een boek geworden zijn?” Dat ontkende de schrijver. Volgens hem zijn het boek en de film complementair. Het boek: dat draait vooral om taal, om wat er gezegd wordt, om de effecten van het woord. De film, dat gaat om wat er niet gezegd wordt, om de stilte en het decor. In de film moet er volgens Claudel niets uitgelegd worden. Daarmee maakt hij overigens meteen ook komaf met het vaak gehoorde argument in de film-boek-strijd dat je bij een film niet moet denken.
Die visie werd trouwens ondersteund door de film zelf. Bepaalde vragen liet hij bewust onbeantwoord. “Dat is in het leven toch ook zo,” zei hij. “Het leven is eigenlijk te complex voor de film, maar de who-dunnit is een te grote simplificering van het leven.”

Achteraf vertrouwde Claudel ons nog toe dat hij vond dat hij de mist in was gegaan (hihihi) met deze film, wat mijn sympathie voor hem nog verhoogde. En hoewel ik het met hem eens ben dat er bepaalde foutjes in de film geslopen zijn, vind ik de film toch meer dan het bekijken waard.

Vooral voor de sfeer – luister maar naar de aftiteling voor een voorproefje: een klein liedje over un p’tit coquelicot.