In juni las ik ‘Het land 32’ van Daan Heerma van Voss. Ik wist meteen dat ik over dat boek een blog wou schrijven. Enige moeilijkheid: wat zou ik erover schrijven? Zou ik het aanbevelen? Zou ik kritisch zijn? Is het artificiële karakter bewonderenswaardig of is het alleen maar storend?
Je leest een boek uit en je kunt achteraf niet zeggen of je het geniaal vindt of gekunsteld, of het voor jou zijn opus magnum is of een boek van klunzig niveau (beide omschrijvingen worden in de recensies gebruikt – soms zelfs in een en dezelfde recensie ). Dat alleen is eigenlijk al genoeg om het boek interessant te vinden.

Daan Heerma van Voss‘Het land 32’ is een roman die zich op ontzettend veel niveaus tegelijk afspeelt. Uitgangspunt: een man in een genummerd zalencomplex. Andere aan-wezigen: een ziek meisje en een bewaker. En dan begint het spel. De man zoekt een uitweg uit het complex, zoekt zijn herinneringen en zijn identiteit. Overleven doet hij door verhalen te vertellen, waarmee hij probeert grip te krijgen op zijn situatie en, nog veel belangrijker, waarmee hij bonnen verzamelt om voedsel te kopen.
De roman is complex opgebouwd. Alles grijpt in elkaar vast, alles verwijst naar elkaar én naar de buitenwereld, naar Tennessee’s ‘A streetcar named desire’, naar The Beatles, naar Rise of the planet of the apes en zo verder en zo verder en zo verder. Alles verrijkt en compliceert alles.

Het geheel is zonder enige twijfel artificieel te noemen. Maar het knappe is dat ook die artificialiteit een functie heeft. Ze toont namelijk hoe kunstmatig ons geheugen is, hoe wij onze herinneringen samensprokkelen en opbouwen tot verhalen, hoe we door onze herinneringen bedrogen kunnen worden. Wat me dan weer deed denken aan ‘Alsof het voorbij is’, een boek dat ik probleemloos ‘geniaal’ kan noemen.

Ik zou nog zoveel meer kunnen vertellen over ‘Het land 32’. Of ik zou anekdotes over Daan Heerma van Voss kunnen delen: hoe de inspiratie voor het thema geheugen een autobiografisch gegeven is – Daan Heerma van Voss is zijn geheugen namelijk een volledige dag kwijtgespeeld, of hoe ‘Het land 32’ tot stand gekomen is via een soort ‘method writing’, waarbij de auteur zichzelf haast uithongerde om zich met zijn personage te vereenzelvigen, of hoe hij mijn boek signeerde in Amstedam (joepie!). Een interessant interview met de schrijver verscheen overigens in Volkskrant Magazine.
Dat er zoveel over het boek te zeggen valt, werd ook duidelijk door de pop-up-leesclubsessie in boekhandel Limerick. Ook daar voor- en tegenstanders, discussies en vooral vragen. Vragen over het boek, maar ook vragen over de opdracht van literatuur: moet zij antwoorden geven of vragen stellen? Waarom lezen wij?

Uiteindelijk kan ik toch niet anders dan mijn bewondering voor het boek uiten. Het is een boek dat aanzet tot denken, tot vragen stellen, tot delen en tot vertellen. Een boek dat je niet loslaat en dat je eigenlijk wil blijven uitpluizen. Een boek dat je twee keer na elkaar kunt lezen, hoewel het meer dan 500 bladzijden telt (hier spreek ik uit ervaring). Een boek waarover je eerst twee maanden moet denken, om dan pas te besluiten: jup, dit kan en moet ik aanbevelen op mijn blog.
Ik hoop dat jullie er veel plezier aan beleven om de confrontatie met dat boek aan te gaan en ik ben meer dan ooit benieuwd naar jullie meningen!

Afbeelding:Foto van Koen Hauser - zie interview in Volkskrant Magazine