Je hebt een manuscript geschreven, maar jouw tekst wordt geweigerd. Dat kan aan verschillende factoren liggen: je hebt de verkeerde uitgeverij aangeschreven, het boek komt op het verkeerde moment (er is bv. net een soortgelijk verhaal verschenen), de redacteur houdt niet van jouw stijl, het is niet commercieel genoeg of je hebt gewoon pech (J.K. Rowlings manuscript werd tenslotte ook talloze keren afgewezen). Dan kun je besluiten om jouw manuscript zelf uit te brengen: een stap om te overwegen of een wanhopige poging om toch maar jouw eigen boek in handen te hebben?

In het vorig deeltje vertelde ik dat slechts één à twee procent van de ongevraagde manuscripten gepubliceerd wordt. Toch worden er jaarlijks tientallen boeken uitgegeven. De logische vraag is dan: hoe komt een acquirerend redacteur dan wél aan zijn titels?
Eerst en vooral heeft een redacteur natuurlijk zijn eigen vaste auteurs waar hij mee samenwerkt. Natuurlijk leveren zij niet elk jaar drie manuscripten af. Het aandeel van elk van hen is dus eerder gering, maar toch zorgen zij samen voor het grootste en belangrijkste deel van de gepubliceerde manuscripten.
Daarnaast gaat een redacteur op verschillende manier actief op zoek naar talent. Eerst en vooral krijgt hij tips van de auteurs met wie hij samenwerkt. Zij hebben vaak hun eigen netwerk en hebben contact hebben met schrijvers die nog willen debuteren. Daarnaast houdt hij de literaire actualiteit in het oog: de redacteur pluist er de literaire tijdschriften op na, leest wie omschreven wordt als opkomend talent en gaat ook op zoek naar literaire profielen van mensen die schrijfwedstrijden wonnen. Meer en meer wordt daarbij ook aandacht besteed aan manuscripten die in eigen beheer verschenen en dan kan een auteur alsnog gerecupereerd worden door een uitgeverij en dat “kwaliteitslabel” op zijn boek laten drukken.

Self-publishing lijkt dus een uitstekende optie. Máár. De voorwaarde hiervoor is wel dat de auteur van het manuscript zijn boek voldoende onder de aandacht kan brengen. Zonder beroep te kunnen doen op een professionele promotie- en marketingafdeling moet de debutant ervoor proberen te zorgen dat er lovende recensies verschijnen en dat hij naamsbekendheid krijgt. Doordat niet alleen binnen de redactie, maar ook binnen de gehele literaire wereld meer aandacht besteed wordt aan manuscripten in eigen beheer (Schrijven Magazine stelde dat onderwerp in de vorige editie centraal) zijn daar wel enkele mogelijkheden voor. Zo is er bijvoorbeeld ‘De gouden meeuw’: een literaire prijs voor manuscripten in eigen beheer die in het leven geroepen werd door de instelling Creatief Schrijven.

Auteurs als E.L. James bewezen dat het mogelijk is: zij gaf haar reeks in eigen beheer uit en werd dankzij een uitgeverij later bestsellerauteur. De vraag is echter hoe realistisch dit scenario is voor minder opvallende manuscripten.
Uitgeven in eigen beheer is een goede optie voor elke auteur die ervan droomt om zijn eigen boek in handen te hebben, maar die er niet per se van droomt om bekend te worden of om van het schrijven te leven. Daartoe lijkt het kwaliteitslabel van de uitgeverij namelijk nog steeds noodzakelijk.