Je manuscript ligt naast je. Je hebt het alvast ingebonden. Vorige week heb je het voor het laatst overlezen en er de laatste tik- en spelfoutjes uitgehaald. Voor je liggen enkele A4’t jes met begeleidende uitleg. In de brieven leg je uit waarom jouw manuscript in het fonds van de uitgeverij past en waarom jouw verhaal actueel en vernieuwend is. Ook heb je een synopsis van het verhaal en een uitleg over de thematiek toegevoegd. Je wil een goede indruk maken op de uitgeverij. Met trillende handen steek je al die papieren in een grote envelop, die je naar het postkantoor brengt.

Jouw taak als auteur zit er nu op. Maar wat gebeurt er aan de andere kant?

In de uitgeverij belandt jouw manuscript op een stapel ongevraagde manuscripten, die in het redactiejargon de ‘slush* pile’ genoemd wordt. Hoe groot die stapel precies is, hangt af van uitgeverij tot uitgeverij, maar in een grote uitgeverij kan dat al snel gaan om twee stapels van een meter hoog.
De redacteur bekijkt die stapel met argwaan. Hij weet dat circa achtennegentig procent ervan binnen de tien minuten terug in de envelop verdwijnt met een standaard afwijzende brief: ‘We hebben (de eerste bladzijde van) uw manuscript met veel interesse gelezen, maar helaas past het niet binnen ons fonds. Alsnog veel succes gewenst met uw schrijfcarrière.’
Bovenaan de stapel liggen enkele manuscripten waarop rode post-its geplakt zijn, die om voorrang schreeuwen. Ze zijn geschreven door familieleden van collega’s, door vrienden van de uitgever, door buren van een auteur enz. De uitgever probeert zijn sceptische kijk te milderen: deze manuscripten wil hij goed vinden. De auteurs ervan stel je namelijk niet tevreden met een afwijzende brief: dezelfde boodschap moet dan tactvol in een persoonlijk gesprek gebracht worden.
Af en toe leest de redacteur een veelbelovende synopsis: het verhaal lijkt goed in elkaar te zitten en ook de schrijfstijl van de auteur is vlot. Maar ook dan zijn er nog talrijke factoren die een publicatie in de weg kunnen staan. Is het onderwerp wel verkoopbaar? Zijn mensen nog steeds geïnteresseerd in uitgebluste leraren? Is de familieroman eigenlijk nog actueel? Kun je een marketingstrategie bedenken om dit boek aan de man te brengen? En wat met de auteur zelf? Kan hij een mediafenomeen worden?

Doorgaans worden slechts één à twee procent van de ingestuurde manuscripten gepubliceerd. De meerderheid van de manuscripten wordt terecht afgewezen. Maar wat als jouw manuscript geweigerd wordt wegens een gebrek aan commerciële mogelijkheden? Wat als jouw manuscript op de njet-stapel belandt doordat de redacteur die dag toevallig slechtgehumeurd was? Wat als jouw manuscript het niet haalt omdat je geen connecties hebt in de literaire wereld?
Het romantische beeld van de uitgeverij komt door deze verhalen uit de redactiewereld onder druk te staan. De gedachte dat waardevol talent per definitie wordt uitgegeven, lijkt niet helemaal te kloppen en “goed geschreven” is niet altijd goed genoeg.
(Lees ook dit artikel dat inhoudelijk grosso modo met mijn verhaal overlapt).

 Bron afbeelding: The Steve Laube Agency

* Van Dale: ‘gezwijmel’, ‘leuterpraat’, ‘slijk’, ‘sneeuwbrij’ (ook wel ‘prut’ volgens Interglot)…