In het voorbije nummer van Schrijven Magazine stonden korte verhalen centraal. Er valt veel te zeggen over het korte verhaal. Bijvoorbeeld dat het in ons taalgebied maar zelden de aandacht krijgt die het verdient. Of dat het genre dikwijls gezien wordt als het kleine broertje van de roman, of nog sterker: als een oefengenre. Wil je graag schrijven, maar lijkt een volledige roman een te grote stap? Schrijf dan een kort verhaal. Een tip die natuurlijk niet zo flatterend is voor auteurs die zich in dat genre specialiseerden, alsof ze nooit tot volle rijpheid gekomen zijn, alsof ze altijd het labeltje tweederangs met zich zullen meedragen. Dit is of liever gezegd was de situatie van het kort verhaal. Want toen Alice Munro kwam, en in het voorbijgaan een Nobelprijs in de wacht sleepte, veranderde dat enigszins.

Haar verhalen leidden (opnieuw) tot veel discussies in wetenschappelijke literaire tijdschriften over de verschillen tussen de roman en het korte verhaal. De centrale vraag is natuurlijk deze: gaat het enkel om een gradueel verschil of zijn er ook intrinsieke eigenschappen die de twee genres van elkaar scheiden? Ik ga jullie niet lastigvallen met die theorieën en met dat geharrewar. Liever wil ik jullie enkele korte verhalen aanraden.

1. Alice Munro – De liefde van een goede vrouw

liefde van een goede vrouwDe titel alleen al nodigt uit om de bundel te lezen. Hoe definieer je een goede vrouw? En na het lezen van de verhalen, stel je je die vraag opnieuw, met meer achterdocht: zijn dát goede vrouwen?
De verhalen in deze bundel hebben stuk voor stuk een open einde, zo open als maar zijn kan. Je leest de laatste bladzijden in een razendsnel tempo, je voelt je hartslag verhogen als de climax nadert, je beseft dat er te weinig bladzijden overblijven om al je vragen te beantwoorden, je leest de laatste regel. Je wordt vastgehouden op het uiteinde van een ravijn, balancerend. Daardoor blijven die verhalen nazinderen en blijven die personages met je meewandelen. Je hoort hun stemmen nog wanneer het boek al lang uit is.

2. Oscar Wilde – The sphinx without a secret

P1000808

Dit is zo’n verhaal waarvan ik wou dat ik het geschreven had. Jammer genoeg was Oscar Wilde me voor.

De ingrediënten: een mysterieuze vrouw die zichzelf niet wil blootgeven, een man die door haar gefascineerd wordt en het raadsel van de sfinx wil ontcijferen.

3. Murakami – De olifant verdwijnt, Kangoeroecorrespondentie, Blinde wilg, slapende vrouw , Slaap

slaap MurakamiDe korte verhalen van Murakami zijn meeslepend, fragmentair, magisch-realistisch, absurd. De meest bevreemdende bundel die ik van hem las, is De olifant verdwijnt. Eén personage werkt aan de loopband in een olifantenfabriek. Waarvoor hij verantwoordelijk was, herinner ik me niet meer. Zette hij de nagels aan de poten? Zorgde hij voor de plooitjes in de slurf?
Twee andere verhalen uit de bundel werden later apart uitgegeven, namelijk ‘De broodjesroofverhalen’ en ‘Slaap’. De nieuwe uitgaven zijn voorzien van prachtige psychedelische tekeningen van Kat Menschik.

Houden jullie van korte verhalen of geven jullie de voorkeur aan een goede, vuistdikke roman?

Bron hoofdafbeelding: Kat Menschik - Slaap (Lavangardia)