Dat vertelde Stefan Brijs. “John kon die aanslag niet meemaken, want waar hij woonde, is in 1915 geen bom gevallen.” Voor dat probleem bleek maar één oplossing te zijn: John moest ergens anders wonen. Zo’n probleem is voor een auteur gelukkig gemakkelijk aan te passen. De woonplaats van het personage valt binnen de vrijheid van een historische romanschrijver, de plaats waar de bommen in 1915 gevallen zijn niet.

Vooraleer Stefan Brijs naar Spanje zou verhuizen, hield hij nog een afscheidslezing in de buurt. Daarin vertelde hij onder meer over de manier waarop Post voor mevrouw Bromley  tot stand is gekomen. Stefan Brijs had een documentaire gezien over de Britse communicatie tijdens de eerste wereldoorlog. De documentaire ging over de censuur: soldaten mochten niet schrijven waar ze precies waren, in welke veldslag ze precies vochten, hoeveel doden er gevallen waren en ze mochten al zeker geen gewelddadige taferelen beschrijven. De brieven werden nagelezen door de commandant, die ongepaste scènes schrapte. Stefan Brijs vroeg zich tijdens het programma af wat er zou gebeuren als een commandant verder zou gaan in die censuur. Kon een commandant iemand dood laten zijn? Of omgekeerd: kon hij een dood personage met brieven in leven houden?
In heel dat proces duikt nog een essentiële rol op: deze van de postbode. En uit deze kleine gegevens is Post voor mevrouw Bromley  ontstaan.

Vervolgens beschreef Stefan Brijs het opzoekwerk dat aan deze roman voorafgegaan is. Hij heeft kaarten van Londen uit 1914 bestudeerd om de afstanden tussen verschillende plaatsen te berekenen, hij heeft opgezocht waar en wanneer elke bom gevallen is door de krant The Times  uit die tijd uit te pluizen, hij heeft zijn personage in een bestaand peloton ondergebracht, hij heeft marsdagboeken gelezen, nagegaan of treinritten tussen Arras en Poperinge mogelijk waren in het aantal dagen dat zijn personage verlof gekregen had en zelfs de weersomstandigheden van die tijd indien nodig in aanmerking genomen. Stefan Brijs vertelde hoe hij onderzoeken en boeken las, hoe hij de bruikbare fragmentjes en beelden daarbij voorzichtig selecteerde en al dan niet getransformeerd in zijn roman inbracht.

Stefan Brijs: “Over de zomer van 1921 kan ik vertellen wat ik wil. Niemand zal protesteren als ik schrijf dat het bijzonder koud was voor de tijd van het jaar. Zeg ik dat daarentegen over de zomer van 1976, dan verlies ik meteen alle geloofwaardigheid.”

100jarigeman.inddOok aan het boek De honderdjarige man die uit het raam klonk en verdween van Jonas Jonasson is wellicht het nodige onderzoek vooraf gegaan. Jonasson behandelt maar liefst een geschiedkundige periode vanaf de Spaanse burgeroorlog en de leiding van generaal Franco, de dood van president Roosevelt en de opvolging door Truman, de opkomst van het communisme in China onder leiding van Mao Zedong, … tot en met de toestanden van Mai ‘68, de Vietnamoorlog en het ineenstorten van de Sovjet-Unie.

Hoewel ik deze laatste roman minder kon appreciëren dan verwacht (ik vond het na 200 blz. welletjes, maar moet daarbij wel toegeven dat ik het boek bijzonder snel uitgelezen heb)*, was ik eigenlijk erg onder de indruk van het werk dat aan deze romans voorafgegaan is. Op die manier had ik het schrijven van een roman nog nooit bekeken. Een verhaal dat zo’n geschiedenis vereist is overigens ook nog nooit in mij opgekomen. Tegelijk besefte ik echter meteen dat dit onderzoek aan elk verhaal vooraf moet gaan. Wat als mijn personage een fotograaf blijkt te zijn? Wat als hij slager is?

Willy Spillebeen (geciteerd door Stefan Brijs en door mij geparafraseerd): “Als schrijver mag je verzinnen wat je wil, maar alleen met kennis van zaken.” 

* Voor een recensie waar ik me grotendeels bij aansluit en die een beetje uit de toon valt tussen al die lofzangen op het boek, kun je hier klikken. Verder wou ik nog opmerken dat je het wat mij betreft voor één keer bij de verfilming van een boek mag houden, al denk ik tegelijk dat het moeilijk wordt om de ironische en droge manier van vertellen over te brengen op het beeld.

bron hoofdafbeelding: Van Gogh, Veld met papavers, 1890.