Dit bericht is gekaderd in het 50books initiatief van Petepel. Mijn bedoeling is om hier regelmatig (bij voorkeur de dinsdagavond) een vraagje van deze “challenge” te beantwoorden.
Vraag 4: Van welke auteur lees je alles, maar dan ook alles wat uitgebracht wordt? Andere deelnames kunnen gevonden worden tussen de reacties onder de bijhorende vraag.

Ik laat mijn ogen over de boeken glijden. De dikte is verschillend, maar allemaal hebben ze dezelfde tweekleurige kaft waarop de meest poëtische naam van een schrijver prijkt: Haruki Murakami. Ik laat mijn vingertoppen glijden over hun licht gekreukte ruggen, sporen van een gretige lectuur. Norwegian Wood, groen en blauw, gelezen tijdens de examens in het eerste jaar van de universiteit, 1q84 blauw-roze-groen, drie kanjers, die met mij over de zee gevlogen hebben en me vergezelden tijdens de lange autoritten in IJsland. Kafka op het Strand, geel en zwart, een poes, gelezen na de eerste examenperiode van het tweede jaar. Hard-boiled Wonderland en het einde van de wereld, zwart-wit, het openluchtzwembad in Corsica. Opwindvogel-kronieken, de blauwe vogel, gekocht als beloning voor mezelf. Verslonden.  Ten zuiden van de grens, After Dark, De olifant verdwijnt, Kangoeroecorrespondentie, stuk voor stuk boeken die me soms voor enkele dagen, soms voor enkele weken, maar altijd te kort vergezeld hebben.

Mijn collectie lijkt compleet. De titels die nog overblijven, interesseren me niet. ‘Jacht op het verloren schaap’ gaat over de leider uit 1q84, een personage wiens lotgevallen me veel minder interesseerden dan deze van Fuka-Eri. ‘Dans dans dans’, het vervolg daarop. ‘Waarover ik praat als ik over hardlopen praat’, een titel die me niet aanspreekt. Genoeg Murakami, maar is dat wel mogelijk?

Gewapend met een bon van tien euro, voor een boekenliefhebber met een beperkt budget een heel waardevol geschenk dat niet aan eender welk boek uitgegeven mag worden, ga ik naar de Standaard boekhandel. Onwillekeurig word ik door één of andere obscure fysische kracht naar de letter M getrokken.

Een glimlach verschijnt op mijn gezicht wanneer ik mijn ogen over de titels van de hoofdstukken van ‘De jacht op het verloren schaap’ laat flitsen.

Verdwijningen:een vrouw, een fotoverzameling, een onderjurk – p.4
Voor de verschijning van de rare vent – p. 57
De rare vent vertelt – p. 119
De rare vent vertelt verder – p. 128
Zij verlaat de bergen, ik rammel van de honger p. 268
Wat ik in de spiegel zag, en wat niet – p. 294
De Rat windt de klok op – p. 306
Theevisite om twaalf uur – p. 317

Mijn nieuwsgierigheid wordt geprikkeld. Dat een vrouw verdwijnt, is niet abnormaal bij Murakami. Maar hoe kun je een onderjurk kwijtraken? En wie is die rare vent? Hoe kan een rat een klok opwinden? Waarom drinken mensen op een abnormaal uur thee? Hoewel de inhoud mij veel minder aanspreekt, hou ik het boek toch vast, haast angstvallig, want het is het laatste exemplaar.

Een half uur later wordt het boek in de rij geplaatst. Het breekt het patroon. De kaft is rood en wit, het boek is minder hoog. Maar de naam van mijn held prijkt nog steeds op de zijkant en dat is genoeg.