Op een dag was Muis erg stil. Hij zat in een hoekje, zijn armen waren gekruist, zijn ogen waren gesloten. Slak kwam aangegleden en nam muis onderzoekend op met zijn grote ogen. “Wat ben je aan het doen?” vroeg hij nieuwsgierig. “Shhht, je mag me niet storen. Ik ben filosoof aan het worden,” mompelde Muis. “Filosoof? Dat klinkt leuk! Wat moet je daarvoor doen?” vroeg de Slak die geboeid werd door het ingewikkelde woord dat hij niet kende. “Een filosoof is een heel wijs iemand. Alle dieren vragen hem om raad omdat hij zoveel weet! En hij weet zoveel omdat hij nadenkt. Je moet het ook eens proberen, Slak,” spoorde Muis hem aan. Dat idee leek Slak wel wat. Hij trok zich terug in zijn huisje en begon na te denken. Alleen wist hij niet waaraan een filosoof allemaal dacht. “Muis, waaraan denk jij?” riep Slak vanuit zijn huisje. “Momenteel aan een stuk kaas!” riep Muis terug. Daarna werden ze opnieuw stil en beiden filosofeerden zo goed als ze maar konden. “Mui-huis?” riep Slak daarna opnieuw en hij stak voorzichtig zijn hoofd uit zijn huisje. “Wat is de zin van het leven?” – “De wàt?” riep Muis verbaasd uit en hij fronste zijn wenkbrauwen. “Gewoon, de zin van het leven. Waarom zijn we hier? Waar..” – “Wat vraag jij je nu toch af?” onderbrak Muis hem grinnikend. “De zin van het leven. Dat weet toch niemand? Je bent me er eentje, Slak!” schaterde hij. “De – zin – van – het – leven!” Hij beklemtoonde elk woord en lachte vervolgens zo hard totdat de tranen over zijn wangen stroomden. Slak keek Muis boos aan en gleed vervolgens rustig weg. Muis trok zich daar niets van aan en eenmaal hij terug bedaard was, filosofeerde hij rustig verder over zijn stukje kaas.